Schönberg – Strijkkwartet No. 2 in fis klein opus 10

De première van Schönbergs Tweede Strijkkwartet in 1908 veroorzaakte een van de grootste concertschandalen uit de Weense muziekgeschiedenis. Niet alleen was het werk grotendeels atonaal, ook had Schönberg in de laatste twee delen een sopraanstem toegevoegd. Dit raakte een tere snaar bij het Weense concertpubliek. Dat Mahler in zijn symfonieën gebruik had gemaakt van zangstemmen was tot daar aan toe, maar in een traditioneel strijkkwartet was zoiets absoluut ‘not done’.

Ondanks de felle premièrekritieken is het Tweede Strijkkwartet een mijlpaal in de ontwikkeling van de hedendaagse muziek. Revolutionaire vernieuwingen en traditionele elementen zijn versmolten tot een vloeiend stukje vakwerk. Zo bestaat de compositie bijvoorbeeld uit de voorgeschreven vier delen. Het eerste deel in fis klein, een traditionele sonate-vorm in kalm tempo. Het daaropvolgende Scherzo is eveneens tonaal, maar het citaat ‘O du lieber Augustin, alles ist hin’ voorspelt de op handen zijnde veranderingen.

In Litanei begint de greep van de traditie te verflauwen. Op de meer intense passages van Georges gedicht vervaagt de tonaliteit. De sopraanstem zorgt bovendien dat het deel meer wegheeft van een lied dan van het langzame deel van een strijkkwartet. Met Entrückung zegt Schönberg de tonaliteit vaarwel. De onaardse klanken sluiten naadloos aan bij de ongewone tekst. Verbroken zijn de banden met het verleden die ons het zweven beletten. Lijkt het. Want na een ruim elf minuten durende reis langs hogere sferen eindigt het Entrückung met een volmaakt Fis groot akkoord. We zijn weer thuis.