Haydn – Strijkkwartet in G groot Opus 33 No. 5

Gelukkig in zaken, maar ongelukkig in de liefde. Dit gezegde was lange tijd van toepassing op Joseph Haydn. Hij was verschillende generaties lang kapelmeester aan het hof van Esterházy, en een van de meest succesvolle componisten van zijn tijd. In de liefde wilde het echter niet zo vlotten, zijn huwelijk in 1760 was een grote mislukking. Toen Haydn een kleine twintig jaar later de mooie Italiaanse Luigia Polzelli leerde kennen, werd hij op slag verliefd. Zijn Strijkkwartetten opus 33 getuigen van dit stukje persoonlijke geluk.

De eerste publieke uitvoering van de zes Strijkkwartetten opus 33 was in 1782 in Wenen. Het publiek, bestaande uit de Russische groothertog Paul en zijn gevolg, was razend enthousiast. De toegankelijke, populaire melodielijnen van de kwartetten zorgde ervoor dat de werken nog menigmaal op de Weense concertagenda kwamen te staan. Ze zouden de geschiedenis ingaan als de Russische Strijkkwartetten.

Het eerste deel van het vijfde strijkkwartet, Vivace assai, is levendig en luchtig. Over het bijna naadloos aansluitende Largo e cantabile hangt een milde melancholie, maar beslist geen treurigheid. Het derde deel draagt de boventitel Scherzo, maar blijkt gewoon een menuet te zijn, zoals de traditie voorschrijft. Het gehele strijkkwartet mist diepgang, maar ligt prettig in het gehoor en laat de luisteraar met een plezierig, tevreden gevoel naar huis gaan.